25 jaar bloedsuiker Actuele nieuwsbrief
homeveelgestelde vragenlinkscontacttip een vriend
Archief
Woordenboek
ENQUETE resultaat:

Ik hou een diabetesdagboekje bij
 
voor mijn dokter 6%
 
om meer zicht te krijgen op mijn diabetes 69%
 
ik hou geen diabetesdagboekje bij 25%
 
 
VEEL GESTELDE VRAGEN 

Op deze pagina ziet u een greep uit veel gestelde vragen van lezers. Het merendeel van de vragen is beantwoord door de hoofdredacteur van Bloedsuiker. U kunt ook zelf algemene vragen stellen over diabetes. Wij geven echter geen persoonlijke medische adviezen.Hiervoor verwijzen we u naar uw behandelend arts of diabetesverpleegkundige. Mail uw vraag naar: info@bloedsuiker.nl
Klik op een van de onderstaande linken om direct naar de vraag te gaan.

 


Wanneer is er sprake van diabetes?

Bij welke bloedglucosewaarden heeft iemand zwangerschapsdiabetes?

Wat is de 'honeymoonfase'?

Wanneer is er sprake van een hypo?

Klopt het dat ik bij warm weer sneller een hypo heb?

Geen diabetes, toch een hypo

Wat is het effect van alcohol op de bloedglucosespiegel?

Ik drink als hart- en suikerpatiënt zeven biertjes per dag. Is dat goed?

Hoe hou ik mijn insuline en spuiten op temperatuur tijdens de vakantie?

Waarom verandert de naam van type 2 diabetes niet in type 1 diabetes zodra men van tabletten overgaat op het injecteren van insuline?

Bij welke bloedglucosewaarden is het raadzaam om de behandeling bij te stellen?

Hoe werken de verschillende tabletten voor mensen met diabetes type 2?

Worden de langwerkende insuline analogen, Levemir® en Lantus®, op termijn ook verwerkt in de insulinemixen?

Waarom moet een geneesmiddel geregistreerd worden? Wie bepaalt wanneer en waarom een middel geregistreerd wordt? Mag een arts een geneesmiddel niet voorschrijven als dit middel niet is geregistreerd?

Bestaat er een lijst over dagelijkse voeding, groenten en fruit en hun suikergehalte?

Is fruit goed of niet? Zit er niet teveel suiker in?

Hoe maak je suikervrije jam? Met appeldixap, aspartaam of Stevia (honingkruid)?

Kan het zijn dat ik een vorm van diabetes heb die alleen bij inspanning naar boven komt?

Kan ik naast insuline ook metformine gaan gebruiken om mijn glucosewaarden beter te regelen?

Mijn zoon (29) heeft een keelontsteking en hierdoor schieten zijn glucosewaarden omhoog. Wat kunnen we doen?

Ik tob al dertig jaar met sterk wisselende glucosewaarden. Toch ligt mijn HbA1c rond de 6,1%. Heeft u suggesties ter verbetering?

Ik heb diabetes. Mag ik dan vitaminesupplementen gebruiken?

 



Wanneer is er sprake van diabetes?
Diabetes is een stoornis in de suikerstofwisseling waarbij door een absoluut of relatief tekort aan het hormoon insuline de bloed-glucosespiegel omhoog gaat. Naast de klassieke klachten van dorst, veel plassen, gewichtsverlies en moeheid is om de diagnose vast te stellen het meten van de bloedglucosespiegel in het laboratorium noodzakelijk.
Op dit moment worden de volgende grenzen gehanteerd: een nuchter glucose boven de 7,0 mmol/l (twee keer bepaald) of een op een willekeurig tijdstip bepaald glucose van boven de 11,1 mmol/l zijn bewijzend voor diabetes. Onder de 6,0 mmol/l is er geen sprake van diabetes. Indien er sprake is van een nuchter glucose tussen de 6 en de 7 mmol/l dan spreken we van een ?gestoord nuchter glucose?. Omdat dit een voorstadium van echte diabetes kan zijn, wordt aangeraden om de bloedglucose dan met enige regelmaat, bijvoorbeeld jaarlijks, te controleren.
Een andere manier om de diagnose te stellen is door middel van een orale glucosebelastingstest. Hierbij krijgt iemand 75 gram glucose in water opgelost te drinken. Twee uur later wordt de bloedglucose geprikt. Een
glucose lager dan 7,8 mmol/l is dan normaal. Bij een glucose tussen de 7,8 en de 11,1 mmol/l spreekt men van een ?gestoorde glucosetolerantie? en boven de 11,1 mmol/l spreekt men van diabetes. Omdat aan deze methode nogal wat bezwaren kleven wordt deze tegenwoordig nog maar zelden toegepast. Overigens is er ook hier sprake van een grijs gebied, waarbij de diagnose niet met zekerheid vast te stellen of uit te sluiten is.



Bij welke bloedglucosewaarden heeft iemand zwangerschapsdiabetes?
Tijdens een zwangerschap is de behoefte van het lichaam aan insuline vele malen hoger dan voor de zwangerschap. Als het lichaam niet kan voldoen aan die grotere behoefte aan insuline, ontstaat er zwangerschapsdiabetes. Het kan ook gebeuren dat tijdens een zwangerschap een al langer bestaande, nog niet ontdekte diabetes, aan het licht komt. Omdat diabetes zich op verschillende momenten in de zwangerschap kan ontwikkelen en omdat zwangerschapsdiabetes ernstige gevolgen kan hebben voor moeder en kind, wordt meestal zowel bij het begin van de zwangerschap als later in de zwangerschap de glucose gemeten.
Een nuchter glucose boven de 7,0 mmol/l (twee keer bepaald) of een op een willekeurig tijdstip bepaald glucose van boven de 11,1 mmol/l zijn bewijzend voor diabetes. Bij twijfel wordt soms aanvullend onderzoek gedaan, bijvoorbeeld in de vorm van een orale glucosebelastingstest of een maaltijdtest. Hierbij worden lagere (strengere) grenswaarden gehanteerd dan voor niet-zwangeren (zie voor de grenswaarden bij niet-zwangeren de vorige vraag). Na de zwangerschap daalt de behoefte van het lichaam aan insuline snel en kan het lichaam de vraag naar insuline meestal wel weer aan. Daarmee verdwijnt de diabetes. Sommige vrouwen houden ook na de bevalling diabetes.



Wat is de 'honeymoonfase'?
Het Engelse woord 'honeymoon' betekent letterlijk de 'wittebroodsweken', de gelukzalige eerste weken na het huwelijk. Bij diabetes heeft het een nieuwe betekenis gekregen, die samenhangt met de oorspronkelijke betekenis. Wanneer bij iemand diabetes mellitus type 1 geconstateerd wordt, begint er na de eerste paar dagen van de behandeling vaak een fase waarin de patient met zeer geringe hoeveelheden insuline toch een zeer goede instelling van de diabetes weet te bereiken. Alles gaat dan dus relatief van een leien dakje: de honeymoonfase. Deze periode kan tot wel een of twee jaar duren. Hierna neemt de insulinebehoefte toe en wordt het vaak lastiger om tot een goede instelling te komen. Het optreden van de honeymoon komt omdat de alvleesklier niet van de ene dag op de andere helemaal stuk is. Als iemand die nog een geringe eigen alvleesklierfunctie heeft een periode van verhoogde insulinebehoefte doormaakt (bijvoorbeeld een verkoudheid), dan schiet de alvleesklier op dat moment tekort en openbaart de diabetes zich voor het eerst. Wanneer de behandeling met insuline gestart wordt en de persoon weer wat
opgeknapt is, dan helpt de eigen restfunctie van de alvleesklier nog mee om de bloedglucosewaarden goed te houden. Omdat de alvleesklier zijn productie aan kan passen aan de actuele bloedglucosespiegel, lukt het dan al met al beter om de bloedglucose stabiel goed te houden. De ziekte van de alvleesklier gaat echter door, en wanneer de alvleesklier helemaal stuk is, is de honeymoon voorbij.



Wanneer is er sprake van een hypo?
We spreken over een hypoglycaemie wanneer de bloedglucosespiegel onder de 3,5 mmol/l komt. Dit geeft vaak klachten als transpireren, hartkloppingen, trillen, hoofdpijn, humeurigheid etc. Tijdens de behandeling van mensen met diabetes kan een hypoglycaemie ontstaan wanneer de dosis van tabletten of insuline te hoog is in verhouding tot de gebruikte hoeveelheid voeding. Hypoglycaemie is dus geen teken van diabetes, maar een teken van een niet adequate instelling.


Klopt het dat ik bij warm weer sneller een hypo heb?
Dat kan. Als het warmer weer is, zal de ingespoten insuline vaak sneller en heftiger werken. Dit komt waarschijnlijk omdat de insuline sneller uit het onderhuidse weefsel wordt opgenomen door de betere bloeddoorstroming in het lichaam bij warmte. Vandaar dat dan vaker hypo's kunnen optreden. Dat gevaar dreigt helemaal wanneer men op vakantie meer lichamelijke inspanning levert.


Geen diabetes, toch een hypo
Kunnen mensen zonder diabetes een hypo krijgen?
Mensen die geen diabetes hebben, krijgen in principe geen hypo. Bij gezonde mensen wordt de bloed-glucosespiegel namelijk heel constant bewaakt. Deze varieert tussen de 4 en 7 mmol/l per liter bloed. Of iemand nu een copieuze maaltijd tot zich neemt of de marathon loopt. Het lichaam regelt het zó dat de bloedglucosewaarde tussen de 4 en 7 blijft. Mensen die geen diabetes hebben, kunnen wel een hongergevoel hebben en zich daardoor wat slap en trillerig gaan voelen, maar dit moet niet verward worden met een hypo.

Zijn er geen uitzonderingen op deze regel?
Er zijn enkele uitzonderingen, maar deze komen heel zelden voor. Zo hebben sommige mensen last van een zogenaamde post prandiale hypoglycaemie, een te lage bloedglucose na de maaltijd. Dit zie je in het bijzonder bij jonge vrouwen die mager zijn. Als zij plotseling veel eten, kan de alvleesklier als reactie daarop te veel insuline gaan afgeven. Deze insuline kan een hypo veroorzaken. Bij deze vrouwen is op dat moment de insuline-uitscheiding en calorie-inname niet in balans. Ze kunnen deze post prandiale hypoglycaemiën voor-komen door frequenter kleinere maaltijden te nemen.
Daarnaast kunnen andere ziektebeelden de symptomen geven van een hypoglycaemie. Bijvoorbeeld insulinoom, een zeer zeldzame tumor die zich ontwikkelt in de alvleesklier. De tumor scheidt insuline af, waardoor mensen spontaan een hypo kunnen krijgen, zonder dat ze diabetes hebben. Ten slotte kunnen bepaalde medicijnen waaronder plastabletten, pijnstillers of antidepressieve middelen hypo-achtige symptomen geven. Er is echter maar één manier om zeker te weten of er sprake is van een echte hypo en dat is je bloed-glucose meten.


Wat is het effect van alcohol op de bloedglucosespiegel?
Alcohol kan de bloedglucosespiegel verlagen. Bij gebruik van alcohol is de kans op een hypoglycaemie dus verhoogd. Toch hoeft iemand met diabetes de alcohol niet volledig te schrappen, ook hier geldt: met mate. Overleg uw alcoholgebruik met uw arts. De hoeveelheid koolhydraten per drankje loopt nogal uiteen. Alle likeuren, wijnen en bier bevatten veel koolhydraten. Hier kunnen de koolhydraten het bloedglucoseverlagend effect van alcohol opheffen. Dit is echter ook weer afhankelijk van de mate waarin u beweegt (bijvoorbeeld danst). Sterke drank zoals jenever, rum, whisky en wodka bevatten daarentegen bijna geen koolhydraten, terwijl het alcoholpercentage van deze dranken veel hoger is. Het is raadzaam hierbij een koolhydraathoudende snack te nemen, bijvoorbeeld toastjes, stukjes stokbrood of prikkers met fruit erop.
Alcoholische dranken worden ook nogal eens in de keuken gebruikt bij de bereiding van een maaltijd. Als wijn, likeur of iets dergelijks meegekookt wordt in een gerecht, verdampt de alcohol grotendeels en blijft er dus maar heel weinig in het gerecht achter. U kunt dan met gerust hart hiervan eten ook al wilt u of mag u geen alcohol gebruiken. Als de alcoholische drank niet is meegekookt, maar achteraf toegevoegd, blijft het alcoholpercentage even hoog.



Ik drink als hart- en suikerpatient zeven biertjes per dag. Is dat goed
Nee, dat is zeker niet goed. Alcohol in deze hoeveelheden is voor iedereen schadelijk, zelfs als je geen diabetes hebt. Nog afgezien van problemen met bijvoorbeeld reactievermogen en rijvaardigheid, kunnen deze hoeveelheden alcohol op den duur leiden tot onder andere leverontsteking, levercirrose en leverfalen, maagzweren, maagbloedingen, hartproblemen, hersenschade enzovoort. Naast diabetes type 1 en type 2 is alvleesklierontsteking door alcohol zelfs een vrij belangrijke oorzaak van diabetes. Bij mensen met diabetes kan alcohol bovendien de kans op een hypoglycaemie verhogen (te laag bloedglucosegehalte). Dat wil niet zeggen dat een iemand met diabetes nooit alcohol mag drinken, maar matigheid (twee of minder glazen per dag) is op zijn plaats.
Bovendien moeten de mensen met diabetes rekening houden met de hoeveelheid koolhydraten die de alcoholconsumptie met zich meebrengt. In een glas bier zitten 6 gram koolhydraten en 84 calorieen.



Hoe hou ik mijn insuline en spuiten op temperatuur tijdens de vakantie?
Deze vraag hebben we voorgelegd aan Marco Meijerink. Marco is begin dertig en heeft diabetes type 1. Al jaren maakt hij wereldreizen op de fiets. Zijn reisverhalen worden regelmatig gepubliceerd in Bloedsuiker. Zijn antwoord luidt: Hoe ik mijn insuline op 7° C en mijn spuiten tussen de 15-25° C hou, kan ik kort en krachtig beantwoorden: dat lukt mij bijna nooit! In landen als Pakistan of Mauritanië waar de temperatuur tegen de 50° C aanloopt is het al moeilijk om frisdrank in een koelkast koel te houden, laat staan insuline in een fietstas. Gelukkig blijkt de kwaliteit, en dus ook de houdbaarheid, van de insuline vele malen beter te zijn dan wat opgegeven wordt. Wel zijn er een aantal spelregels waaraan je je "moet" houden.

 

  • Naast het in de gaten houden van de temperatuur van de insuline is het vooral belangrijk temperatuursverschillen te vermijden. Daar zijn verschillende methodes voor. Bij bijna elke apotheek zijn er thermohoezen te koop. Die moeten vochtig worden gemaakt en door het verdampen van het vocht daalt de temperatuur. Hoe hoger de temperatuur, hoe meer verdamping.
  • Omdat ik me niet hou aan de officiële "regels" van insuline, controleer ik vaak mijn bloedglucose. Door hoge temperaturen kan de werking van insuline dalen. Dit gebeurt gelukkig niet van de ene op de andere dag maar het is wel iets wat je in de gaten moet houden. Spuiten en controleren dus!

Waarom verandert de naam van type 2 diabetes niet in type 1 diabetes zodra men van tabletten overgaat op het injecteren van insuline?
Type 2 diabetes is een aandoening, waarbij men aanvankelijk met een voedingsadvies en later met tabletten kunnen worden behandeld om de bloedglucosespiegel op peil te houden. Pas als een dieet of tabletten niet meer het gewenste effect hebben, gaat men over op insuline. Toch blijft men ‘type 2' ook al gebruikt iemand insuline. De term ‘type 1 diabetes' is namelijk van toepassing op mensen die op jeugdige leeftijd diabetes krijgen en direct insuline moeten gaan spuiten. Wanneer men op latere leeftijd op insuline spuiten overgaat, zal dit meestal gebeuren vanwege te hoge glucosespiegels tijdens gebruik van tabletten. Slechts zelden lukt het om na een poos insuline te hebben gebruikt, weer terug te gaan naar tabletten. Dit zien we soms bij personen, die goed kunnen afvallen en door de vermindering van het lichaamsgewicht weer beter gevoelig zijn voor insuline.


Bij welke bloedglucosewaarden is het raadzaam om de behandeling bij te stellen?
Meestal zal bij te hoge bloedglucosespiegels boven de 10 tot 12 mmol/l moeten worden ingegrepen. Insuline gebruikende mensen met diabetes kunnen dit doen door een klein beetje insuline extra te spuiten; zij zullen dit wel vaker aan de hand hebben gehad en met hun specialist hebben overlegd over de hoeveelheid extra toe te dienen insuline. Men dient wel na te gaan waarom de glucosespiegel zo sterk is gestegen: te weinig gespoten, te veel gegeten, ziekte? Personen die met tabletten worden behandeld kunnen niet zo gemakkelijk bijregelen. Het nemen van een extra tablet biedt zelden direct resultaat. Wanneer bij tabletgebruikers de bloedglucosegehaltes zo sterk stijgen, dan moet hard nagedacht worden of het niet verstandig is om insuline te gaan spuiten.


Hoe werken de verschillende tabletten voor mensen met diabetes type 2?
Er zijn vier groepen orale middelen voor de behandeling van type 2 diabetes. De eerste groep zijn medicamenten die de afgifte van insuline door de alvleesklier bevorderen. Deze middelen stimuleren speciale receptoren (vangarmpjes) op de buitenkant van de bètacellen van de alvleesklier (verantwoordelijk voor de insuline productie) en bevorderen op deze wijze de afgifte van insuline. Van de tweede groep van orale middelen is metformine (merknaam: Glucophage) het bekendst. Metformine remt de overmatige afgifte van glucose door de lever. Hierdoor daalt de bloedglucose en neemt de insulinegevoeligheid toe. Mensen met diabetes type 2 zijn immers vaak minder gevoelig voor insuline, ook wel insulineresistentie genoemd. Omdat metformine de glucoseafgifte remt van de lever bestaat er geen verhoogde kans op een hypo. De insulineafgifte wordt immers niet gestimuleerd. Het heeft een gunstig effect op de regulatie van de diabetes en vermindert de kans op complicaties, zoals aangetoond in het belangrijke UKPDS onderzoek. Helaas ervaart tien tot vijftien procent van de mensen bijwerkingen als een vieze smaak in de mond, en -met name- diarree, waardoor het middel gestaakt moet worden. Daarnaast schrijven we het middel niet voor aan mensen met slecht functionerende nieren of lever, of aan mensen met hartproblemen.
De derde groep orale middelen vertraagt de opname van glucose uit de darmen. Het enige middel dat op de markt is in Nederland, is bekend onder de merknaam Glucobay. Dit middel remt een aantal enzymen, die koolhydraten afbreken in de darmen. Daardoor worden de koolhydraten, die we eten, minder snel afgebroken, komt er minder snel glucose vrij en wordt de glucose ook minder snel in het bloed opgenomen. In de praktijk wordt dit middel weinig gebruikt. Op de eerste plaats is het weinig effectief en op de tweede plaats heeft het veel vervelende bijwerkingen. Het veroorzaakt gisting en dus gasvorming in de dikke darm en diarree.
De vierde groep is een nieuwe klasse van middelen, de zogenaamde thiazolidinediones (kortweg: TZD's). In Nederland zijn deze op de markt onder de merknamen Avandia en Actos. Ze worden ook wel insuline sensitizers genoemd omdat ze de insulineresistentie, de ongevoeligheid van de weefsels voor insuline, verminderen. De TZD's zorgen ervoor, dat via een ingewikkeld werkingsmechanisme vetten sneller naar de vetcellen getransporteerd worden. Tegelijkertijd wordt de gevoeligheid voor insuline verbeterd. De TZD's zijn in hun werking ongeveer even effectief als metformine, maar het werkingmechanisme is geheel anders.
Het belangrijkste winstpunt van deze nieuwe groep orale middelen is dat ze in combinatie gebruikt kunnen worden met middelen uit andere groepen, niet alleen met de medicijnen die de insulineafgifte stimuleren, maar ook met metformine. Dit is gunstig omdat veel mensen met type 2 diabetes na verloop van tijd meerdere middelen nodig hebben om hun bloedglucosegehalte te reguleren en binnen één groep kun je niet combineren. Daarnaast biedt het een uitkomst voor mensen die een middel uit een andere groep niet verdragen. Voor meer details kunt u ook het medische artikel lezen uit uitgave 2 van 2001 op deze site.



Worden de langwerkende insuline analogen, Levemir® en Lantus®, op termijn ook verwerkt in de insulinemixen?
Het antwoord luidt nee. Oorspronkelijk was dit wel de bedoeling, maar uit onderzoek blijkt dat je de lang- en kortwerkende insuline analogen niet ongestraft met elkaar kunt mengen. Door het mengen wordt de werking namelijk onvoorspelbaar.
Er zijn wel insulinemixen waarin kortwerkende insuline analogen zijn verwerkt. Bijvoorbeeld: NovoMix30® en Humalog25®. Kenmerkend voor de kortwerkende component in deze insulinemixen is dat deze heel snel begint te werken waardoor mensen de insuline kunnen spuiten vlak voor de maaltijd of zelfs na het eten. Dit in tegenstelling tot de klassieke mixen, zoals Mixtard® en Humuline®, die een half uur voor de maaltijd geïnjecteerd dienen te worden. De verlengdwerkende insuline in deze mixen voorziet in de basale insulinebehoefte van mensen met diabetes. Dit is in alle gevallen een zogenoemde NPH-insuline, een kortwerkende insuline waaraan een eiwit is gebonden waardoor de opname langzamer verloopt.
De zogenoemde langwerkende insuline analogen, die momenteel erg in de belangstelling staan, zijn dus niet verwerkt in de insulinemixen en zullen dat in de toekomst hoogstwaarschijnlijk ook niet worden. Kenmerkend voor deze langwerkende insuline analogen is dat ze gelijkmatiger en beter voorspelbaar worden opgenomen in het bloed dan de klassieke NPH-insuline en dus minder variatie in de bloedglucoseverlagende werking hebben. Belangrijk is te vermelden dat de kort- en langwerkende insuline analogen wel samen gebruikt kunnen worden, maar dan moeten ze apart van elkaar worden toegediend en dus niet gemengd worden in een mengsel of insulinemix.


Waarom moet een geneesmiddel geregistreerd worden? Wie bepaalt wanneer en waarom een middel geregistreerd wordt? Mag een arts een geneesmiddel niet voorschrijven als dit middel niet is geregistreerd?
Voordat een geneesmiddel op de markt kan komen, moet de fabrikant het geneesmiddel uitgebreid onderzoeken. De resultaten van al dat onderzoek worden beschreven in een zogeheten registratiedossier. Dit dossier is zeer omvangrijk (vaak meer dan 150 ordners vol). De inhoud van het gehele dossier wordt beoordeeld door deskundigen van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (in Nederland) of door het EMEA (Europees Registratiebureau in Londen). De belangrijke criteria voor het verlenen van een registratie zijn: werkzaamheid, veiligheid en kwaliteit van een geneesmiddel. De registratieautoriteiten kijken daarbij naar de balans tussen voordelen en mogelijke risico's van het geneesmiddel, waarbij het belang van de volksgezondheid voorop staat.
Ten aanzien van de vraag of een arts een geneesmiddel mag voorschrijven als dat niet is geregistreerd, is het zo dat een niet-geregistreerd geneesmiddel in bepaalde gevallen onder strikte voorwaarden met toestemming van de Inspectie voor de Gezondheidszorg mag worden voorgeschreven en afgeleverd.



Bestaat er een lijst over dagelijkse voeding, groenten en fruit en hun suikergehalte?
Zo'n lijst is er inderdaad, de zogenaamde voedingsmiddelentabel. Deze is te bestellen bij het Voorlichtingsbureau voor de Voeding, Postbus 85700, 2508 CK 's-Gravenhage, telefoon (070) 306 88 88, prijs € 7,50.
Wij benadrukken echter dat het voor een goed voedingsadvies altijd noodzakelijk is om met een diësist(e) te overleggen; ieder mens is anders. Zo variëren de normale voeding, dagelijkse activiteiten en lichaamsgewicht bijvoorbeeld. Wij kunnen dan ook niemand voorgebakken dieetlijsten toesturen. We moeten erop letten dat we verstandig eten, ook bij zakenlunches en diners. Probeer te veel vet, te veel cholesterol, te zout en te zoet te vermijden. Meer over voeding leest u in de voedingsartikelen op deze site.



Is fruit goed of niet? Zit er niet teveel suiker in?
Er zitten veel verschillende 'suikers' in ons eten, waaronder enkelvoudige suikers zoals glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker) en zogenaamde dubbelsuikers, zoals lactose (melksuiker) en sacharose (rietsuiker, kristalsuiker). Deze laatste zijn verbindingen van twee enkelvoudige suikers, bijvoorbeeld een verbinding van één deel druivensuiker en één deel vruchtensuiker. Ook in fruit kunnen veel suikers zitten; dit verschilt per fruitsoort. Te veel suikers in de voeding kunnen de bloedglucose aanzienlijk doen stijgen.


Hoe maak je suikervrije jam? Met appeldixap, aspartaam of Stevia (honingkruid)?
  • Appeldixap bevat zo'n 80 procent koolhydraten (suikers) en wat dat betreft kan iemand dan net zo goed op de ouderwetse manieer jam maken. Effect op het glucosegehalte is namelijk gelijk aan gewone jam.
  • Voor jam zonder extra suiker, zou dan een zogenaamde intensieve zoetstof moeten worden gebruikt. Deze zoetstoffen leveren geen koolhydraten en hebben dus geen effect op het bloedglucosegehalte. De zoetkracht is vele malen groter dan die van suiker en je hebt er dus maar weinig voor nodig om een gerecht zoet te maken. Aspartaam is een van die zoetstoffen. Aspartaam heeft geen gelerende werking. Aspartaam moet dus gecombineerd worden met geleipoeder (zonder suiker) om een jam te maken.
  • Canderel heeft een goed recept voor jam in een van haar folders. Die folders zijn aan te vragen Merisant Nederland BV (vertegenwoordiger van Canderel), tel 020-403 76 40.
  • Stevia, ook wel koningskruid genoemd, levert geen calorieën en leent zich uitstekend voor de bereiding van zoete gerechten. De zoetkracht is 300 keer groter dan van gewone suiker. Het is als poeder en als extract inderdaad bij reformwinkels te koop. Op de site www.stepa.be/nederlands.html staan diverse recepten voor jam.


Kan het zijn dat ik een vorm van diabetes heb die alleen bij inspanning naar boven komt? Al enige tijd twijfel ik aan mijn glucosespiegel, daar ik vaak trillerig word als ik me inspan of langere tijd niet gegeten heb. Meestal schommelt mijn waarde tussen de 4,5 tot 6 mmol/l. Maar vanmiddag voelde ik me tijdens het autowassen heel raar, trillerig en zweterig. Toen ik mijn glucose prikte was deze 3,2 mmol/l. Victor Gerdes: Bij inspanning en lang niet eten kan het zijn dat de glucosespiegel zoveel daalt dat uw lichaam dat voelt. 3.2 mmol/l is op zich niet zo'n probleem, zeker niet als u op tijd wat calorieën (eten) neemt. Dat u zich trillerig en zweterig voelt, komt omdat er in uw lichaam stoffen zijn die ervoor zorgen dat de glucosespiegel weer wat gaat stijgen. Deze stoffen (o.a. adrenaline en cortisol) zorgen voor dit gevoel. Ook mensen die geen diabetes hebben, kunnen zich bij inspanning of te lang niet eten zo trillerig voelen. Dit is niet schadelijk.

Kan ik naast insuline ook metformine gaan gebruiken om mijn glucosewaarden beter te regelen? Ik spuit viermaal daags insuline. Toch krijg ik mijn glucose niet goed geregeld. Victor Gerdes: Als de glucosewaarden met alleen insuline nog regelmatig te hoog zijn, kan het toevoegen van metformine een goede optie zijn, mits er sprake is van ongevoeligheid van het lichaam voor insuline.

Mijn zoon (29) heeft een keelontsteking en hierdoor schieten zijn glucosewaarden omhoog, tot wel 25 tot 30 mmol/l. Inmiddels heeft hij een antibioticakuur. Hij is verstandelijk gehandicapt en normaal spuiten we ’s morgens 22 en ’s avonds 24 eenheden Novomix® 30. Nu hebben we de eenheden met 4 verhoogd. Zijn waarden liggen nu rond de 20, dat is nog veel te hoog. Wat kunnen we doen?
Victor Gerdes: Bij infecties zien we vaak dat de glucosewaarden stijgen. Meer insuline kan dan helpen, maar daarnaast is inname van voldoende vocht ook erg belangrijk. Door de koorts en het ziek zijn kan uw zoon licht uitgedroogd zijn. Bij lichte uitdroging gaan de glucosewaarden omhoog en werkt insuline minder goed. Bij mensen met een zwak hart is de juiste hoeveelheid vocht soms lastig te bepalen, dan is overleg met de arts absoluut nodig.

Ik tob al dertig jaar met sterk wisselende glucosewaarden. Toch ligt mijn HbA1c rond de 6,1%. Heeft u suggesties ter verbetering?
Victor Gerdes: Sterk wisselende bloedglucosewaarden kunnen erg hinderlijk zijn. Het is wel gunstig dat u een mooie HbA1c-waarde heeft, wat aangeeft dat de waarden toch ook niet al te beroerd zijn. Bij sterk wisselende bloedsuikers kan het nuttig zijn goed te noteren bij welke voeding en bij welke bezigheden de glucosewaarden erg hoog of laag zijn. Hiervoor kunt u een dagboekje bijhouden en dit dan met uw behandelaar doornemen.

Ik heb diabetes. Mag ik dan vitaminesupplementen gebruiken?
Eelco Meesters: In het algemeen zijn de vitaminepreparaten die bij de drogist en apotheek te verkrijgen zijn, tenminste als u er niet meer dan de geadviseerde hoeveelheid van gebruikt, niet schadelijk. In met name de oplospreparaten zit meestal wel wat suiker, echter niet zo veel dat er problemen van te verwachten zijn. Het is overigens niet aangetoond dat bij een gezond en gevarieerd voedingspatroon, het gebruik van deze preparaten tot een betere gezondheid leidt.